CDM adviseert over wettelijk regelen van biologisch verzuren van mest

Het opnemen van geschikte stoffen voor het biologisch verzuren van mest in de meststoffenregelgeving vereist een zorgvuldige beoordeling van hun werking, de samenstelling en eventuele risico’s. Minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) daarom gevraagd hierover een aanvullend advies uit te brengen. Daarbij is de commissie ook gevraagd te kijken naar andere mestadditieven. Op basis van de adviezen zal Van Essen beoordelen of en hoe aanpassing van de meststoffenregelgeving aan de orde is.

Het biologisch verzuren van mest heeft potentie voor het reduceren van emissies van ammoniak en methaan uit mestopslagen. Bij dit proces worden specifieke organische stoffen zoals melasse, citrusmelasse, appelpulp, fruitpulp of wei aan dierlijke mest toegevoegd, waardoor biologische omzettingen plaatsvinden in de mest die leiden tot verzuring en daarmee de conservering van de mest met minder emissies van ammoniak en methaan tot gevolg. Bijkomend voordeel is dat deze aangezuurde mest een hogere biogas opbrengst heeft.


Gezien deze potentiële voordelen is hiervoor interesse vanuit ondernemers. De CDM is om advies gevraagd over verschillende organische stoffen waarmee de mest biologisch verzuurd kan worden. Dat heeft geleid tot het advies ‘Biologisch verzuren van mest’. Om te bepalen welke stoffen geschikt zijn om wettelijk toe te staan is een aanvullend advies gevraagd door de minister en daar wordt momenteel aan gewerkt.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 08/04/2026
Publicatie: 10-04-2026